Op zoek naar de natuurlijke leiders van de energietransitie


 
  Ruurd Priester : research fellow aan de Hogeschool van Amsterdam

Ruurd Priester: research fellow aan de Hogeschool van Amsterdam

In 2025 is Amsterdam koploper schone energie; die ambitie heeft platform 02025 uitgesproken. Maar om daar te komen moet er nog een hoop gebeuren. Dat weet ook Ruurd Priester, research fellow aan de Hogeschool van Amsterdam. In het verlengde van een onderzoek naar netwerkactiviteiten en online platformen in de MRA, stort Priester zich sinds de tweede helft van 2017 volledig op de netwerkactiviteiten van één specifiek thema en tevens zijn grootste zorg: de opwarming van de aarde. Inmiddels is Priester nauw betrokken bij veel energieontwikkelingen in de regio. Waar staan we anno 2018 in de MRA op het gebied van hernieuwbare energie? En (hoe) bereiken we de ambitie van 02025, een platform waar hij mede-initiatiefnemer van is?

“Het mooiste cadeau dat we elkaar kunnen geven is dat Amsterdam in 2025 – wanneer de stad 750 jaar bestaat – koploper schone energie is.”

 
Energiecommissaris Ruud Koornstra zei in Tegenlicht: “Ik denk dat als je transities wilt inzetten, dan is dat maar 25% techniek/businessplan/marketing. 75% is tegenstanders de mond snoeren en zorgen dat je de wereld ‘klaarlobbyt’ voor die transitie.” Ben je het hiermee eens?

Wat hieruit naar voren komt zijn eigenlijk twee verschillende manieren om naar de energietransitie te kijken. Er is technische innovatie en sociale innovatie. Het klopt dat in de sociale innovatie het grote verschil nog moet worden gemaakt. Waar we nu tegenaan lopen is dat veel mensen nog niet zien dat schone energie een fantastisch alternatief is. Mijn ouders reden vroeger paffend naar Zuid-Frankrijk met mij op de achterbank. Nu vinden we dat belachelijk. Hetzelfde geldt voor ons huidige energiesysteem. Over vijf of tien jaar zeggen we: ‘Jeetje wat dom, we gebruikten gewoon fossiele brandstoffen en dat kwam allemaal in de lucht!’.

Ik denk wel dat het lobbyen om daar te komen meer gaat om het creëren van bewustwording en actiebereidheid bij massa’s, dan het ‘de mond snoeren’ van de oude systeemspelers. Natuurlijk vertragen zij het proces, maar zodra mensen zich realiseren dat we schone lucht in de stad kunnen hebben, en dat dit structureel goedkoper is dan fossiel, zal een versnelling optreden. Van fossiele naar schone energie is een systeemtransitie. We zijn op dit moment de misstanden en grote fouten van het oude systeem aan het ontmaskeren. Het mooiste cadeau dat we elkaar kunnen geven is dat Amsterdam in 2025 – wanneer de stad 750 jaar bestaat – koploper schone energie is.

“Over vijf of tien jaar zeggen we: ‘Jeetje wat dom, we gebruikten gewoon fossiele brandstoffen en dat kwam allemaal in de lucht!’.”


Je zou eigenlijk hopen dat we al verder waren dan de fase besef en bewustwording. Waar staan we in de MRA op dit moment in die transitie?

Volgens mij begint het allemaal met een verhaal. Mensen moeten voelen dat het een bepaalde kant op gaat met de wereld en dat het veel mooier is als het een andere kant opgaat. Dus ten eerste: is de energietransitie een positief narratief? Nee, dat is het nog niet. Dus dat moet gemaakt worden, want dat is het in essentie namelijk wel. Het punt is alleen dat we het probleem dermate lang hebben laten sloffen, dat alles nu opeens moet. Bovendien zijn de oude systeemspelers er natuurlijk gebaat bij om dat positieve verhaal niet door te laten klinken, maar daar wordt bijvoorbeeld Shell nu op aangepakt, en terecht!

Ten tweede heb je ook een soort plan nodig om met een hele diverse samenwerking iets voor elkaar te krijgen, zeker als het om investeringen gaat. Er moet goed worden geïnvesteerd in doorbraak technologieën. Als de condities van het grote onderzoek en keuzes op macroniveau op orde zijn, kan je wijk voor wijk aan de slag. Komende zomer gaat er weer een nieuw plan uit het Energieakkoord komen. Dat kan best heel goed worden, maar nu is dat absoluut nog niet het geval. Dus op dit moment is het verhaal er niet, en een plan eigenlijk ook nog niet. Als de gemeente een goed plan zou hebben, zou mij dat enorm geruststellen.

Je praat nu over de gemeente Amsterdam. Betekent dit dat er ook op MRA-niveau, ruimtelijk essentieel voor de energietransitie, eigenlijk nog geen gezamenlijk beleid gevoerd wordt?

Dat klopt. Maar dat is nu wel spannend, want je voelt een kanteling komen. De MRA is nu een bijzondere fase in gegaan. Dat regionale denken leefde een jaar geleden nog nauwelijks, maar is nu erg in opkomst. We hebben de druk op de stad, spreiding van het toerisme, de enorme bouwopgave, de energietransitie; er zijn best een heel aantal grote trends die maken dat mensen de MRA-schaal opeens urgent beginnen te vinden. Die mensen en allerlei andere initiatieven vinden elkaar op het WeMakeThe.City Festival eind juni 2018. Dat kan best een symbolisch moment worden. En dat komt samen met nieuwe coalities in de steden. Wat voor leiderschap gaat daaruit ontstaan? Wat gaat dat weer betekenen voor de energietransitie? Ik vind dat allemaal best spannend.

“De MRA is nu een bijzondere fase in gegaan. Dat regionale denken leefde een jaar geleden nog helemaal niet, maar is nu heel erg in opkomst.”


Maar ondertussen tikt de klok wel gewoon door. Feitelijk zijn we al te laat en moeten we zelfs CO2 uit de lucht gaan halen. Hoe denk jij dat we de transitie een zet in de goede richting kunnen geven?

In de internetwereld heb je een ontzettend relevant principe. Dit principe gaat ervanuit gaat dat bij elke gedeelde interesse 1% een creator is, 9% een follower en 90% een lurker. In stedelijke netwerkactiviteit is dat precies hetzelfde. Er is altijd één persoon (creator) die het idee heeft om een buurtbarbecue te organiseren. Negen buren vinden dit wel een goed idee en helpen met organiseren (followers). De rest van de negentig buurtbewoners (lurkers) komen vooral om te eten, en zijn verder niet betrokken. Mijn punt is: we moeten nu vooral op zoek naar die één procent en ons niet zo druk maken om die negentig procent die nog niet actief zijn. Die sluiten later wel aan.

Het gaat over individuen en leiderschap. Er zijn altijd een paar mensen op een aantal plekken die het echt anders gaan doen. Die mensen lopen overal wel rond. Waar loopt binnen het ministerie iemand die het verschil maakt? Waar lopen die in het Amsterdamse bedrijfsleven rond? Wie zijn dat bij jou in de wijk? Die één procent zijn de change-agents, dwars door alle structuren heen. Dit zijn de natuurlijk leiders van de energietransitie die tegenkracht bieden aan invloedrijke stakeholders. Die mensen moet je zichtbaar maken en met elkaar verbinden. Dat is ook precies het hele idee van platform 02025.

Maar je moet toch ook top-down regie hebben voor bijvoorbeeld een regionale infrastructuur voor energievoorziening?

Absoluut. Maar daar kunnen we niet op wachten. Bovendien zie ik weinig in de bottom-up en top-down dichotomie en meer in ‘platte netwerkactiviteiten’. Je moet change-agents, uit verschillende disciplines en lagen van de samenleving, verbinden. Eén iemand weet alles van warmte, een ander van energie en weer iemand anders van financiering. Pas die optelling, en dat verwerken in een uitvoering op wijkniveau, gaat voor impact zorgen.

“Tot een bepaald niveau kan je macro keuzes maken, maar ik zie niet voor me dat iemand in de Stopera uittekent hoe wij hier als complete stad van het gas afgaan.”


Stel, ik wil met mijn wijk van het gas af, hoe krijg ik dat voor elkaar? Nu is dat een oerwoud van adviseurs die ruziënd met installateurs dingen voorschrijven. Maar we moeten die kennis met elkaar gaan opbouwen, door allerlei experimenten in wijken. Dat gebeurt gelukkig ook al. Die kennis moeten we continu ophalen en gestructureerd teruggeven aan de mensen in wijken, zodat zij een change-agent voor hun omgeving kunnen zijn. We moeten collectief als stad gaan leren. Tot een bepaald niveau kan je macro keuzes maken, maar ik zie echt niet voor me dat iemand in de Stopera uittekent hoe wij hier als complete stad van het gas afgaan.